
"Ik ben benieuwd hoe het met je gaat." Deze eenvoudige vraag van een mentor leidde tot een diep gesprek, waarin een leerling haar hart opende: "Ik voel me zoveel beter dan voor de vakantie. Door te bidden hoort God. Dat geeft mij blijdschap." Ze straalde terwijl ze de woorden uitsprak. Een ervaring om stil verwonderd over te zijn als je hiervan getuige bent.
Mentor-zijn is een mooie en tegelijk ingewikkelde taak. Als lid van de kenniskring van het Lectoraat Herbergzaam Onderwijs ben ik bezig met het onderzoek hoe de kwaliteit van 'herbergzaam onderwijs' bevorderd kan worden in het voortgezet onderwijs. Gedurende de zogenaamde diagnosefase hebben interviews en gesprekken een aantal aspecten aan het licht gebracht.
Eén ervan is het belang van de collectieve self-efficacy. Het gaat daarbij om het vertrouwen in het gezamenlijk kunnen. De vraagstukken die op ons afkomen zijn vaak zo ingewikkeld, dat de antwoorden alleen in samenspraak met elkaar gegeven kunnen worden. Dat vraagt wel openheid en kwetsbaarheid in het delen van ervaringen. Inmiddels zijn we toe aan de actiefase van het participatief actieonderzoek.
Voor mijn opdracht van herbergzaam onderwijs richt ik mij op het mentoraat. De mentor is in het voortgezet onderwijs de spil in de contacten met en begeleiding van leerlingen. De vereiste vaardigheden voor een goede mentor dragen bij aan een herbergzaam klimaat voor het geheel van de school. Juist ook omdat bijna elke docent mentor moet zijn. Interventies richting mentoren hebben dus veel impact. Daarbij komt dat de thema's als gezamenlijkheid, kwetsbaarheid, ondersteuning door leidinggevenden en duidelijkheid bij het mentoraat van groot belang zijn.
Het gesprek met zes mentoren uit verschillende teams en locaties van de school op een dinsdagmiddag was goed. In een ontspannen sfeer deelden mentoren mooie herinneringen en gingen we erop in welke rol zij hierbij hadden gespeeld.
De ene mentor bood een luisterend oor en kreeg als reactie van de leerling dat hij de eerste was aan wie ze haar verhaal vertelde. De ander wilde de leerlingen weer het plezier voor school teruggeven ('laten opbloeien'), omdat ze zich op de basisschool vaak 'dom' voelden. Een derde vroeg bewust door naar 'de diepere dingen van het leven' om vervolgens een 'mooi gesprek te hebben over doop en belofte'. Een volgende vrouwelijke mentor vertelde tegemoetgekomen te zijn aan de vraag van een leerling om haar een knuffel te geven, iets wat ze thuis zo miste.
Wat een waardevolle ervaringen deelden deze mentoren! Daarnaast was er natuurlijk ook aandacht voor wensen ten aanzien van het mentoraat. Een greep hieruit: meer eenduidigheid in afspraken en uitvoering binnen het geheel van de school, meer helderheid over verwachtingen van het mentoraat voor leerlingen en ouders en meer aandacht voor de vaardigheden die nodig zijn om de mentortaak goed te kunnen uitvoeren. Werk aan de winkel dus. Met als doel te werken aan de opgave om het verschil te maken voor de leerlingen en om samen te komen tot een meer herbergzame school.